Jeppe Moulijn (1972) studeerde orkestdirectie bij Ed Spanjaard en Jac van Steen aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Deze studie sloot hij af met een gastdirectie bij het Radio Symfonie Orkest. Naar aanleiding van dat optreden werd hem de Anton Kersjes beurs toegekend. Ook werd Moulijn benoemd tot assistent-dirigent bij het toenmalige Nederlands Balletorkest, dankzij de toekenning van de Bernard Haitink beurs aan hem en dit orkest. In deze functie dirigeerde hij vele voorstellingen met het Nationale Ballet en het Nederlands Dans Theater, onder meer Tchaikofsky’s Notenkraker, Zwanenmeer en Sleeping Beauty, Prokofievs Cinderella en Stravinsky’s Sacre du Printemps. Van 2001 tot 2003 was hij vervolgens muzikaal leider van Het Nationale Ballet.

Daarnaast dirigeerde  Jeppe Moulijn bij onder meer bij het Radio Symfonie Orkest, het Metropole Orkest, het Orchestre Symphonique de Dijon en het Noordhollands Philharmonisch Orkest en Musica
Ducis. Ook leidde hij ensembles zoals het Maarten Altena Ensemble en Slagwerkgroep Den Haag. Hij was regelmatig gastdirigent bij het Limburgs Symfonie Orkest. Bij de operaklassen van de conservatoria van Den Haag en Amsterdam leidde hij diverse producties. In 2004 was hij assistent-dirigent bij een productie van John Adams The Death of Klinghoffer bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Onaankelijk Toneel. Bij dit laatste gezelschap leidde hij in 2005 de productie Orfeo Intermezzi. In november 2005 dirigeerde hij bij de Opera Studio Nederland Die Zauberflöte. In mei 2006 debuteerde Jeppe bij het Stadttheater Hagen (Duitsland) met Prokofievs’ Cinderella. Naar aanleiding van dit debuut werd hij onmiddellijk teruggevraagd voor een symfonisch concert in 2007. April 2011 maakte Jeppe zijn debuut bij de Staatsphilharmonie Rheinland-Pfalz met een grote balletproductie. in 2014 debuteerde hij bij The Evergreen Symphony Orchestra in Taiwan met Strawinsky’s  Le Sacre du Printemps en de Negende symfonie van Dvorak.

Jeppe Moulijn volgde masterclasses in Moskou bij Jorma Panula en in Engeland bij George Hurst en Diego Masson. In 2000 was hij de enige Nederlandse deelnemer aan de Kondrashin dirigenten meesterklas waar hij werkte met Peter Eötvös, Eri Klas en Ton Koopman. In 2003 was Jeppe Moulijn finalist in het internationale Prokofiev-concours voor jonge dirigenten in St. Petersburg. Bij deze gelegenheid dirigeerde hij een concert met het wereldberoemde St.Petersburg Philharmonisch Orkest. Van 2004 tot 2006 heeft hij zijn opleiding voltooid met 3 jaar intensieve studie bij Daniele Gatti , de nieuwe chefdirigent  van het Koninklijk Concertgebouw Orkest, in Florence.

Ook in de wereld van de studenten-, jeugd- en amateurorkesten is Jeppe Moulijn een veel geziene dirigent. Hij was onder meer  van 1993 tot 2004 dirigent en mede oprichter van het Nederlands Strijkers Gilde, dat zich toelegt op muziek van de 20e en 21e eeuw. Hij was eerder al  5 jaar dirigent van het Leidse studentenorkest Collegium Musicum. Van 2000 tot 2008 dirigeerde hij het UvAstudentenorkest Jan Pzn. Sweelinck. Momenteel is hij vast verbonden aan het Naardens Kamerorkest, het Toonkunst Orkest Leiden en  het Oost Nederlands Symfonieorkest.

Naast zijn activiteiten als dirigent is Moulijn actief als componist en arrangeur.